Understand & Predict research group

nl
en

Informatie

Het Mathchild project richt zich op de voorbereidende rekenvaardigheden en daaruit voortvloeiende formele rekenvaardigheden van kinderen van de kleuterklas tot en met groep 4. Met name de overgang van nonsymbolische rekenvaardigheden naar symbolische rekenvaardigheden wordt hierin belicht. Zo gebruiken kinderen in groep twee nog voorlopers van rekenvaardigheden: ze leren tellen, leren over de verhoudingen tussen getallen (wat is meer, minder en evenveel) en stellen zich hoeveelheden voor als verzamelingen van objecten. Naarmate zij meer formele rekenvaardigheden aangeleerd krijgen, gaan zij zich meer richten op cijfers, berekeningen zoals optellen en aftrekken en abstracte kennis van getallen.

In dit onderzoek worden kinderen van groep twee tot en met groep vier gevolgd. Gedurende ieder schooljaar worden zij twee keer getest op voorbereidende rekenvaardigheden, formele rekenvaardigheden en andere vaardigheden zoals werkgeheugen. Hun ontwikkeling wordt hierbij nauwlettend in de gaten gehouden en eerdere kennis wordt gezien als basis voor latere, meer formele kennis.

Tevens wordt een aantal trainingen ingezet om de kennis en vaardigheden van kinderen te verbeteren. Deze trainingen kunnen zich direct richten op (voorbereidende) rekenvaardigheden, maar ook op meer algemene cognitieve vaardigheden, namelijk werkgeheugen. Hierbij licht de aandacht bij de effectiviteit van de trainingen, en de mate van effectiviteit wanneer deze trainingen op verschillende tijdspunten in het leerproces worden ingezet.

Ook zal er aandacht uitgaan naar de neurologische achtergronden van getalkennis: een select aantal kinderen zal getest worden met behulp van instrumenten om hersenactiviteit te meten. Hierbij wordt gekeken naar de hersenactiviteit tijdens het uitvoeren van verschillende taken, en in welke gebieden deze activiteit plaatsvindt.

Met behulp van dit onderzoek hopen wij een vollediger beeld te krijgen van de overgang van nonsymbolische naar symbolische rekenvaardigheden, en de manier waarop deze overgang het beste in kaart gebracht kan worden.